Verhuur van luxe vakantiewoningen aan de Côte d’Azur
Bel ons: +31 (0)88 2278466

From the blog

Het feest, de jacht en de hand van de burgemeester

Joost

Joost Schwartz, directeur van Villas d’Azur, vertelt over zijn ervaringen en belevenissen aan de Côte d’Azur.

Het heeft vast allemaal met traditie te maken, maar een feit is dat ze hier in Zuid-Frankrijk van feesten weten. De geringste aanleiding is genoeg. En het aardige is: de immigranten doen volop mee! Voorbeeldje? Onlangs bestond de ANM (Association Néerlandaise du Midi) 35 jaar en werd er dús een geweldig feest georganiseerd op een wijnchâteau in Taradeau, in de Var. Een diner-feest mét een veiling voor het goede doel. Of eigenlijk twee. Een deel van de opbrengst was voor de financiering van het kerstdiner voor de bejaarden van het dorp, de rest ging naar de amateur-archeologen die de geschiedenis van het dorp bloot willen leggen.

Ik werd met een collega uitgenodigd en zo was ik er die dag dus bij. Men had lange tafels prachtig gedekt voor ongeveer 150 mensen, alle plaatsen voorzien van naamkaartjes en ja hoor, wij zaten als eregasten aan de tafel van de burgermeester. Hij hield een langdurig welkomstwoord en bedankte iedereen. Na het officiële gedeelte kwamen de hapjes en de drank op tafel en begon er een speciaal voor de gelegenheid ingehuurd groepje muziek te maken.

Het gesprek met de burgemeester ging over van alles en nog wat en regelmatig kwamen er mensen aan tafel om met hem een praatje te maken. Dat ging in zo’n Provençaals dialect dat ik moeite moest doen het allemaal te volgen. En toen maakte ik dus een grote fout, ik begon over de jagers rondom mijn huis. Ik wilde alleen maar zeggen dat wij af en toe gek worden van het geknal zo bij de deur en dat ik er bang voor ben. Er gebeuren heel wat ongelukken tijdens de jacht, niet in het minst doordat de trigger-happy cowboys, zoals algemeen bekend, zelf reeds goed aangeschoten in de vroege ochtend op weg gaan. Ik vertelde dat ik vrees voor mijn honden die vrij rond lopen in het bos en achter de meute jachthonden aanschieten die getraind zijn de everzwijnen op te jagen.

De burgemeester, die dacht dat ik tegen de jacht ben, greep het onderwerp aan en begon met een preek van wel een half uur waarin hij me vertelde hoe nodig de jacht was en dat er zoveel teveel wilde zwijnen zijn die voor veel overlast zorgen. Zei ik stom genoeg ook nog dat die zwijnen er volgens mij eerder waren dan wij. Dit kwam het humeur van Monsieur Le Maire niet ten goede.

Gelukkig was er redding nabij, in de vorm van een bont gevederd gezelschap. De twee zangeressen van de groep bleken zeker zo goed te kunnen dansen als zingen en hun kledij werd steeds pikanter. Tot groot genoegen van de oude baasjes in het gezelschap. Dat waren er nogal wat. In een mum van tijd stond de hele zaal op zijn kop! Niet in het minst omdat de dames meer veren op het hoofd hadden dan wat om het lijf. Ze verschenen ook aan onze tafel en ja hoor, we moesten er aan geloven, we werden ten dans gevraagd. ‘Nee, nee!’ riep de vrouw van de burgemeester tegen haar man, ‘jij niet, je hebt pijn aan je been!’ Maar de burgermeester (ook al flink op leeftijd) greep zijn kans en zwierde door de zaal met zijn hand op de billen van een zangeres. Tot ieders groot vermaak. De ene gang na de andere van het diner. We konden geen pap meer zeggen maar de oudjes om ons heen hadden er helemaal geen moeite mee, vijf gangen plus koffie met iets lekkers.

Tenslotte begon men aan de polonaise. We roken onze kans en vertrokken. Beetje veel wijn gedronken, geen gendarme tegengekomen.